Nieuwe steden

 

Heb jij dat ook? Dat je zo’n combinatie van nieuwsgierigheid en verwachting voelt als je in een ‘nieuwe’ stad komt? Niet eens alleen bij Parijs en Helsinki, maar net zo goed bij Tilburg en Almere. Hoe ziet het eruit? Wie woont daar? Hoe is de sfeer op straat? Is het gezellig in het centrum? Graag begin ik daar, in het hart en loop er gewoon wat rond. Er is altijd wel een kerk, een plein, een fontein. Vroeger had ik een boekje mee met de bezienswaardigheden, tegenwoordig helpt Google.

Onlangs was ik voor het eerst echt in Wageningen. Niet zo’n grote stad, een kleine 40.000 inwoners waarvan vele duizenden student zijn aan de W.U.R. (vroeger de Landbouwuniversiteit, nu Wageningen University & Research). Sinds augustus is onze zoon Daniël een van hen en dat weekend ontving hij ons daar. We logeerden in Hotel de Wereld (beroemd van het overleg van de capitulatie van de Tweede Wereldoorlog), gingen samen naar een gitaarconcert van Harry Sacksioni in de Junushoff en dronken bier in café Loburg. Hij was trots om ons zijn stad te laten zien en gaf geduldig uitleg over de verschillende studentenverenigingen en hun gebruiken.

De volgende dag leidde hij ons over de uni rond: de gebouwen, de collegezalen, de bieb waar hij vaak zit om te studeren. En ik hoorde zijn enthousiasme en zag hoezeer hij hier op zijn plaats is. Soms barstte ik bijna uit elkaar van moederliefde & trots, maar heb dat niet teveel laten merken natuurlijk…

Jong, maar volwassen is hij. Steeds beter wetend waar hij staat in de wereld. Hij leert & feest flink, haalt bijna al zijn ‘exams’, speelt er in een bandje, gaat op excursies, groeit enorm door zijn zelfstandige leven. Met huisgenoten naar Aken liften was zijn volgende plan. Ik zag onmiddellijk allerlei beren op de (snel)weg, maar hield mijn mond, hij verdient mijn vertrouwen. En ik hoop dat hij geniet van deze voor hem nieuwe stad.

Advertenties

Gevoelige snaar

 

Onlangs zat ik schuin tegen mijn man aan te lezen en kuste hij me onverwachts liefdevol op mijn kruin. Vanuit het niets werd ik opeens overspoeld door een sterk gevoel van geborgenheid. Een sensatie van veiligheid en aangenaam-beschermd-zijn. Bestaat er zoiets als een olfactorisch geheugen, maar dat je dan in plaats van een geur-herinnering een herkenning hebt van het gevoel van de aanraking van lippen op je hoofd? En dat de emotie die bij het ooit gebeurde moment hoort, dan heel precies terugkomt?

Haar heeft geen gevoel, je kunt het immers gewoon knippen zonder dat dat pijn doet, maar wellicht herinnert mijn hoofdhuid zich dit soort liefdevolle kussen van mijn moeder van toen ik klein was? Toen ik in 2000 mijn lange haar afgeknipt had, miste ik daarna ontzettend het gevoel van haar op mijn blote rug. En hoewel het een weloverwogen keus was (ik had er lang over nagedacht hoe het eruit zou zien), werd ik door dit gemis totaal verrast. 

Veel van dit soort gevoelsherinneringen hebben met liefdevolle momenten te maken: zijn lippen op jouw lippen, die hand op je blote rug… maar het bijzondere is dat het niet alleen om tastzin en erotische gevoelens gaat, maar bijvoorbeeld juist ook om het kleine handje van onze zoon in de mijne als hij naast me liep te dribbelen. Dat kan ik heel gemakkelijk oproepen door er simpelweg even aan te denken. Dit is trouwens duidelijk een hele universele, daarom vinden we met zijn allen het lied ‘Op een mooie Pinksterdag’ ook zo ontroerend.

Baby’s zijn natuurlijk een en al tastzin. Het is hun manier om de wereld te ontdekken. Misschien zijn je vroegste herinneringen dan ook vooral gevoelsherinneringen? Het gevoel hoe ik onze zoon als baby vasthield springt weer tot in detail in mijn armen als ik nu een baby’tje vasthou. Dan komt het spontaan allemaal weer terug: hoe trots ik me voelde als ik hem destijds de borst gaf, dat dééd mijn lichaam toch maar mooi even allemaal! De bijzondere gewaarwording dat mijn melk onmiddellijk ‘toeschoot’ als hij huilde van de honger. Het vlinderachtige gevoel toen hij met 17 weken voor het eerst bewoog in mijn buik en de explosie van geluk die dat in me teweegbracht. Geweldig hoe je door iets kleins zo terug-gekatapulteerd wordt in de tijd!

Van een iets-ernaast-liggende categorie: er zijn ook dingen die ik zelf onbewust weleens doe en die me dan herinneren aan wat mijn moeder deed. Bijvoorbeeld als ik het warm heb in bed, leg ik steevast automatisch mijn linkerbeen buiten het dekbed. Het beeld van mijn moeder die dat altijd deed, staat me nog heel helder voor de geest. Of ik betrap mezelf op het gedachteloos om elkaar heen-draaien van mijn duimen als ik mijn handen in elkaar heb geslagen bij het kijken naar een film of zo, terwijl ik dat als kind altijd heel stom vond dat mijn moeder dat zo vaak deed 🙂

Van mijn gitaar-spelende man weet ik dat er iets als ‘muscle memory’ bestaat. Zoiets is het dus en dan met emotie eraan vastgekoppeld: ‘emotioneel spiergeheugen’. Als ik het google, blijkt het echt te bestaan, maar vind je vooral artikelen over trauma’s en nare herinneringen. Ik heb het juist over pósitieve herinneringen. Herkenbaar? Ik hoor graag wie dit herkent & welke voorbeelden jij kunt noemen.

Gevoelsgroet,

Ingrid

Thuis-thuis

Dankzij onze zoon heeft onlangs een nieuw begrip zijn intrede gedaan in huize Keestra: ‘thuis-thuis’. Ik associeerde deze uitbreiding van ons vocabulaire onmiddellijk met ‘Baden-Baden’, die plaats in Duitsland en voor de Herman-Finkers-kenners onder ons: het rolde er in één keer uit! 🙂

Maar hoor ik je denken: wat betekent het? Het blijkt een studentenwoord te zijn waarmee je je ouderlijk huis aangeeft. (Als je zegt ‘bij mij thuis’ bedoel je daarmee namelijk je eigen studentenkamer).

Ik vind het lief klinken. Alsof je oudste thuis nog net wat thuizer is dan je nieuwe thuis. Wat best een prestatie is, want we weten allemaal hoe opwindend het was om eindelijk zelfstandig te wonen en in alles zelf over je leven te beslissen. Hoe vaak je uitging (regelmatig), hoe laat je naar bed ging (te laat), wat je at (géén aardappels-groente-vlees), wat je dronk (voornamelijk koffie en Lambrusco) en of je wel naar hoorcollege ging (vaak wel, maar soms was koffiedrinken in de stad toch net wat belangrijker).

Toch vind ik het boeiend om erover te mijmeren waarom ik 30 jaar geleden dit woord niet kende en blijkbaar ook niet nodig had. Wat zei ik dan als ik een weekend van mijn kamer in Enschede naar mijn geboortehuis in Deventer ging? Volgens mij gebruikte ik gewoon ‘naar huis’ of ‘naar mijn ouders’.

Betekent het dan ook dat ik mijn onderkomen in Enschede toen minder als mijn thuis zag, dan onze zoon zijn kamer in Wageningen nu? Nee, dat geloof ik niet. Ik woonde er graag en voelde me heel volwassen en prettig in mijn nieuwe leven daar. Denk ook nog altijd met veel plezier terug aan de tijd in mijn eerste kleine hokje in de oude verpleegstersflat Macandra (wél eigen douche & toilet!) en later in de flat aan het Oogstplein (handig pal tegenover de Edah), waar ik met twee vrienden woonde die ik nu nog altijd zie.

Loop ik nu achter? Kende jij het woord al wel? Sinds wanneer is dit woord in zwang?Komt het gewoon doordat één iemand is begonnen met het gebruiken van ‘thuis-thuis’ en anderen het overnamen? Was het een familiewoord dat nu door Jan en alleman gebezigd wordt? Of wordt het alleen maar lokaal, door studenten aan de universiteit van Wageningen gebruikt? Of zelfs nog lokaler, alleen maar in dat ene studentengebouw? Of is er maar één student die dit tegen onze zoon zei, waarna hij aannam dat iedereen dit zo noemt?

Allemaal vragen en herinneringen die opgeroepen worden door dat ene, voor mij nieuwe woord. Taal is toch zo’n machtig mooi iets!

Met veel schwung ten onder…

Heb je dat ook wel eens? Dat je per ongeluk even met de camera op je telefoon de ‘verkeerde kant’ op kijkt en jezelf reuze onflatteus in beeld krijgt? Dat had ik pas nog en ik schrok er echt even van! Vond wat ik zag gewoonweg niet kloppen: te oud, te moe, te veel rimpels. Natuurlijk weet ik best dat ik 50 ben, een vrouw-van-middelbare-leeftijd en krijg ik zo langzamerhand het gezicht en lijf dat daarbij hoort. Maar ik voel me jonger, iets van 35 of zo en vind het niet leuk dat dat niet meer met elkaar matcht.

Dat is oppervlakkig geleuter, I know. Het is dan ook enigszins beschaamd dat ik dit schrijf.. Ik hoor al in mijn hoofd: “Wees blij dat je die mooie leeftijd gehaald hebt, dat je lichaam het gewoon doet en je zo goed kunt leven, werken en functioneren!” Dat is zo, dat waardeer ik echt en meestal voel ik het ook zo… Maar soms, een enkele keer, vind ik het opeens even niet leuk dat mijn uiterlijk verandert, mijn haar minder rood wordt en alles minder strak. Wat jammer eigenlijk dat je je als 20-jarige zo weinig bewust bent van hoe vanzelfsprekend mooi en stralend ongevouwen je bent!

Ed Klappe, fotograaf in Deventer, selecteerde me onlangs voor zijn project (R)ED, waarin hij 100 roodharigen geboren in Deventer fotografeert. Ik zei eerlijk dat ik niet meer zo rood ben, meer ‘strawberry blond’ door mijn leeftijd, maar hij wilde juist graag mensen van alle leeftijden. Dus ik doe mee en heb daar plezier in.

En toen moest ik dus een bril. Niet om te lezen, die had ik al wel een jaar of acht, maar echt voor de hele dag, omdat mijn ogen flink achteruit waren gegaan. En dat is wennen. De eerste associatie die ik had was met mijn brildragende periode als kind. Van mijn 4e tot mijn 10e vond ik dat ding op mijn neus heel belemmerend en ik voelde me er zó lelijk mee! Terwijl ik de foto’s van toen nu best schattig vind, ondanks dat ik één en al bril, sproeten en tanden ben. Wijs geworden door mijn levenservaring heb ik mezelf  vermanend toegesproken en probeer ik dapper de voordelen te zien van dat ik alles nu weer scherper zie, zélfs mijn ouder-wordende kop. Een vriendin met humor zei toen zij Sarah zag: “ Ik ben nu 50 jaar beeldschoon geweest… nú stop ik ermee!” Geweldig toch? Humor helpt in ieder geval om te relativeren.

Voor jullie goede tips en strategieën om te dealen met de onvrede over het uiterlijk verval hou ik me van harte aanbevolen. Intussen heb ik maar mijn eigen tactiek bedacht: ik ga sprankelend & met veel schwung ten onder! Gewoon ervoor zorgen dat je veel plezier hebt. Dat je levenslust en de hele uitstraling van je persoon zó goed zijn dat het iedereen omver blaast. (En daarmee de aandacht flink afleidt van alles wat gaat hangen & zakken). Of om met Anton uit de Luizenmoeder te spreken:

“Toe maar, gláns maar!”  🙂

Ontbláuwing…?

Dus vanaf nu ben ik de moeder van een student. Van een zoon die uit huis is. Na gezellige vakantieweken met zijn drieën stopten we vanmiddag zijn spullen in het busje en brachten hem weg. Zijn jongenskamer bleef enigszins onttakeld achter. Net als ik.

Voel ik me dan verdrietig? Nee, niet eens zozeer. Op een paar tranen na toen we bij hem wegreden van zijn kamer in de stad van de universiteit, heb ik niet gehuild. Wat voel ik dan eigenlijk wel? Trots misschien? Dat hij dit avontuur aangaat, dat hij zijn leven vanaf nu in eigen hand neemt? Ook niet zo eigenlijk. Angst dan wellicht? Zie ik op tegen deze nieuwe fase, weer alleen met zijn tweeën, zoals we ook woonden in de jaren voordat hij werd geboren? Nee, ik geloof het niet: ons fundament is sterk en we hebben gelukkig nog altijd veel te kletsen en te lachen.

“Wat gaat er dan wel door je heen?” klinkt de stem van Mart Smeets in mijn hoofd. Op dit moment eigenlijk bar weinig. Geen grootse en meeslepende gevoelens. No drama. Maar ik lig nu al wel uren klaarwakker in bed voor me uit te kijken. Ik draai wat, lees een stukje, probeer afwisselend mijn linker- en mijn rechterzij, maar kan de slaap niet vatten.

Toen we terugreden zeiden we tegen elkaar dat onze directe opvoed-taak als ouders er nu op zat. Het is nu aan hem. Zijn regie over zijn leven. Tijd voor zijn eigen beslissingen, zijn eigen fouten. Mijn vertrouwen in hem is groot. Ja, nu bespeur ik nu dan toch eindelijk wel een gevoel in deze doorwaakte nacht: nieuwsgierigheid…! Ik merk dat ik vooral heel benieuwd ben hoe het allemaal gaat uitpakken, voor hem, voor ons.

Spontaan bedenk ik dat ik van zijn introductieweek voor de universiteit er ook maar een voor ons ga maken, ter kennismaking voor ons nieuwe dagelijks leven zonder hem erbij. Met af en toe een momentje van mijmering en overdenking, maar ook met feesterij-ingrediënten als mooie muziek, lekker eten & drinken, samen naar de film, zoals het een goede intro betaamt!

Ontgroening, maar dan wat later. Wat komt er nou ook weer na groen in de regenboog? Goed dan, ontbláuwing noem ik het gewoon. Onderweg naar een mooie tint indigo of zelfs diep violet! Intussen neurie ik zachtjes voor me uit: 🎶🎶
“Ik heb vannacht gekeken en gezien… blauw, blauw, blauw”

Straks kan ik vast wel slapen, maar eerst ga ik nog even naar beneden voor een kopje thee, groene denk ik  😉

 

Onze zoon gaat op kamers. Ik vind dat fantastisch. En moeilijk.

Opeens nam het leven dit schooljaar een sneltreinvaart. Examenjaar VWO, we leefden mee met Daniël, blokken voor zijn 4 SE-periodes (wij noemden dat vroeger tentamens, nu heten ze School-Examens). Hij bleef er redelijk ‘cool’ onder, gezien zijn resultaten zelfs misschien wat te laconiek… 😉 Maar hij verzekerde me: ‘komt wel goed mama!’. Tussendoor bezocht hij open dagen en meeloopdagen op universiteiten en hbo-opleidingen, wat hem uiteindelijk tot de keuze voor Landschapsarchitectuur & Ruimtelijke Planning op de WUR (Wageningen University & Research) bracht.

Voor het examen ging hij echt flink aan de bak: samen met zijn vader maakte hij een studieschema waar hij zich gedisciplineerd aan hield en dat veel oefenen met oude examens in de rust van de bibliotheek bevatte. Dat wierp zijn vruchten af: hij slaagde zonder herexamen. Wat een blijdschap toen hij gebeld werd door zijn mentor: we hebben gegild, door de kamer gedanst en gehuild van vreugde! (Oké, dat laatste deed ik dan vooral). Een traantje wegpinken deed ik ook weer bij de diploma-uitreiking, vooral door het persoonlijke woordje van de mentor. Die tranen blijken tegenwoordig nogal los te zitten bij me.

Na veel feesten begon zijn zoektocht naar een kamer in Wageningen, met een zelfgemaakt filmpje dat bijna 5.000 keer bekeken werd (lang leve de netwerken van pa & ma) en tot enkele goede en serieuze tips leidde. Voor we het wisten ging hij hospiteren en van de zeven uitgenodigde kandidaten kreeg hij de kamer! Fantastisch hè mama? Ja jongen, maar mama kon het af en toe nauwelijks bijhouden, hoe duizelingwekkend snel haar enige kuikentje volwassen werd…

Eerst was ik vooral heel trots dat ze allemaal doorhadden dat hij met stip de leukste medebewoner zou zijn, maar vervolgens werd ik toch ook wel overvallen door het feit dat hij dan niet meer dagelijks zijn gezelligheid in ons huis tentoon zou spreiden. Natuurlijk riep ik om het hardst dat het prachtig was en ging ik mee naar het tekenmoment van het contract. Hij was daar wat verbaasd over, had mijn auto daar meer voor nodig dan mij, maar in tweede instantie vond hij het toch ook wel leuk dat ik meeging.

En dat is misschien wel precies de crux: hij heeft me niet meer nodig, hij kan het alleen. Dat is prachtig! En confronterend. Wat wordt mijn rol nog straks? Hoe ben ik zo opeens aan de zijlijn van zijn leven beland? Ik worstel daarmee, lig er ‘s nachts wat van wakker (schrijf dit ook om 3.28 uur), maar val hem daar natuurlijk niet mee lastig. Want ik vind het oprecht goed, een natuurlijk proces. Toen ik 18 was kon ik ook niet wachten om uit huis te gaan, mijn eigen leven vorm te gaan geven. En ik heb er alle vertrouwen in dat hij dat goed gaat doen, hij is slim en lief en sociaal.

En zal heus nog wel af en toe een weekend naar huis komen, met stoere verhalen, een zak vol vuile was en om biefstuk te komen eten. (Ja, de clichés vliegen je om de oren en blijken dat niet voor niets geworden te zijn). Maar straks weet ik niet meer wat hem dagelijks bezighoudt, mis ik vast zelfs de dingen waar ik me nu aan erger (zijn kamer steevast een donker onopgeruimd hol vol kleren, het last minute regelen van zaken dat tot standaard is verheven, de complete vaagheid van zijn afspraken met vrienden).

Wat zal ik hem missen! Heb zo genoten van het moeder-zijn van deze jongen! Zo mooi om dagelijks het proces mee te maken van het opgroeien van dat kleine kereltje naar een zelfstandig individu.  Zou mijn moeder ook zulke gedachten hebben gehad toen ik vertrok? Ik kan het haar helaas niet meer vragen, de ziekte van Alzheimer heeft al haar herinneringen verdrongen.

We gaan het vanzelf zien, hoe het is om weer zonder kind te wonen. Voor wie zich afvroeg waar Ruben in dit verhaal bleef, die is er vanzelfsprekend ook mee bezig, maar heeft weer andere vragen, bv. of de gekozen studie Daniël zal bevallen. Ook heel belangrijk natuurlijk, maar Mars en Venus laten zich in deze periode weer duidelijk zien. Voor alle duidelijkheid: ik zie er niet tegenop om weer met zijn tweeën te zijn, lijkt me stiekem ook zelfs wel lekker. Maar hoe kunnen die 18 jaar opeens in the blink of an eye om zijn? Net plakte ik nog pleisters, lazen we eindeloos voor, had ik op zaterdagochtend om half acht al 26 potjes Uno gespeeld. (‘Van Uno naar de Uni’ zou ook een leuke titel zijn denkt de marketeer in me nu).

Wat is de moraal van dit verhaal? Wat hebben jullie eraan? Weinig denk ik, dit keer schreef ik geloof ik vooral voor mezelf. Hooguit het feit dat je moet zorgen dat je erbij bent, veel meemaakt van je kind. Het gaat om de kleine dagelijkse dingen, die zo mooi zijn dat je ze blijft herinneren, ook als ze voorbij zijn.

‘Het komt goed mama’.
Vast.

Laatste nieuwe huis

Na een maandenlang verblijf in ziekenhuis en revalidatiehuis werd het onverbiddelijk duidelijk: mijn vader kon niet meer terug naar huis. Zelfs met een maximum aan thuiszorg was zelfstandig wonen niet meer haalbaar voor hem. Dat was hard. Voor hem. Voor ons als kinderen. Opeens waren er twéé hulpbehoevende, kwetsbare ouders. Gelukkig wonen wij in een land waar goede mogelijkheden zijn voor ouderen die zorg nodig hebben.

We zochten en vonden een nieuw huis voor hem. In het tehuis waar mijn moeder al op de gesloten afdeling voor mensen met dementie woont. Zo kan hij vanuit zijn appartement gemakkelijk  naar haar toe, met de lift naar beneden, even met zijn rollator door de gang, zelfs zonder nat te worden als het regent! En er viel mooi licht door de ramen naar binnen. En de Deventer-toren bleek vanuit de kamer te zien! Na een gezamenlijke inspectie zag hij dan ook dat het goed was.

Het klussen, schoonmaken en uitzoeken van spullen kon beginnen. Druk, druk, druk waren we ermee. Wat kon er mee? Wat paste er wel in de veel kleinere kamers? Wat moesten we aan nieuwe meubels aanschaffen? Welke schilderijen, aquarellen en foto’s hadden de grootste emotionele waarde? Wat heeft een mens na 60 jaar wonen in een huis nodig om mee te nemen naar zijn laatste adres? Verdomd weinig eigenlijk. De oude klok, de vertrouwde lamp, de glazenkast met daarin alles wat mijn moeder bij elkaar spaarde.

Intussen vond ik het toch allemaal best lastig en confronterend. Alle clichés die je hier ooit over las zijn gewoon waar. Het trouwboekje van mijn ouders waar ik op stuitte, op zoek naar iets anders, maakte me aan het huilen. Dat de grote ronde eettafel van eikenhout die mijn vader zelf maakte niet mee kon, deed echt pijn.

Maar er zat ook een lichte kant aan. Ons doel was om hem zo fijn mogelijk te installeren in zijn nieuwe huisje. En dus zocht ik online fanatiek naar een leuke kleine eettafel, een tweezitsbankje en mooie houten bestekbakken voor in zijn keukenlaatjes. Omdat hout voor hem als timmerman altijd belangrijk was, bestelde ik een toiletbril van donkerbruin wengé, hetzelfde hout als de parketvloer in het ouderlijk huis.

Uit al deze kleine details haalde ik troost en plezier. Een opwinding maakte zich van me meester, als van een jonge bruid voor haar uitzet! En toen ik weer eens wat ophaalde bij het oude huis zag ik daar opeens een paar krokusjes in de tuin. ‘Een nieuwe lente, een nieuw begin’, werkelijk alle clichés blijken steun te bieden in emotioneel woelige tijden.

Moraal van dit verhaal? Laat alle die tegenstrijdige gevoelens toe, maar heb ook oog voor de kleine leuke dingen die er ook zijn. Groeten van een optimist tot in de kist 🙂